PDF

Nr. 2.1.2.06

Eingabe der Handelshäuser Wilson, Smith & Co., J. E. Herderschee, Wattendorff, Zimmermann & Co., Lagnier & Co., Van Dasten & Co., p. Pro Tan Oeko und E. Borel an die Direktion der Javaschen Bank, Batavia, betr. die gegenwärtige Handels- und Finanzkrise, 31. Dezember 1840

Brief

Regest:

Mehrere britische, niederländische und andere Handelshäuser in Batavia wenden sich im Dezember 1840 an die Javasche Bank, um sie eindringlich aufzufordern, die durch zahlreiche Konkurse drohende allgemeine Handels- und Finanzkrise noch abzuwenden. Die Javasche Bank, die den Geldverkehr regele, müsse das Vertrauen in den Kredit wiederstellen, sonst drohe nicht nur die wirtschaftliche Entwicklung der Kolonie Niederländisch-Indien sondern auch des Mutterlandes Schaden zu nehmen, die in den Jahren zuvor mit vielen Millionen Gulden in Gang gesetzt worden sei. Als Ursache der Probleme wird angedeutet, dass die Javasche Bank selbst daran offenkundig nicht unschuldig ist. Vgl. hierzu auch Dokument Nr. 2.1.2.07.

Bijlage No. 18.

Batavia, 31 December 1840.

Sedert de jongst plaats gehad hebbende faillissementen, heeft het algemeen vertrouwen dermate geleden, dat zulks, gevoegd bij eene aan de tegenwoordige behoefte van Java ten eenenmale ongeevenredigde circulatie, thans eene spanning in het financieele veroorzaakt, welke onvermijdelijk moet leiden, tot eene geheele omverrewerping der bestaande zaken, ten ware, door gepaste maatregelen, het vertrouwen langzamerhand hersteld en die hulp worde verleend, welke noodzakelijk is om aan de daargestelde ondernemingen, dien afloop te geven, welke door arbeid en tijd, billijk van dezelve kan worden verwacht.

Het vereischt immers geen betoog, dat het vertrouwen, eenmaal tot wantrouwen overgeslagen, het voortdurend bestaan van alle ondernemingen zonder uitzondering, onmogelijk, ja ondoenlijk maakt en staan wij een oogenblik stil bij de gevolgen eener algemeene crisis, vooral in de tegenwoordige financieele gesteldheid van Java en het moederland, dan krimpt het hart in een, bij de gedachte aan de schromelijke verliezen en wijdomvattende ellende, welke eene diergelijke ommekeer van zaken, noodwendig op den voet zullen volgen, deze in deszelfs geheelen omvang vooruittezien en te beschrijven, de verliezen voor het algemeen met cijfers aan te toonen, is onmogelijk.

Voor Java: in verband tot die groote vermeerdering, welke sedert eenige jaren, door ondernemingsgeest, aan Industrie is gegeven en waardoor de waardens van en in alles, zijn verhoogd en vergroot; zijn niet alléén de gevolgen onberekenbaar, maar ook in het moederland, alwaar men van deze kolonie, derzelver ontwikkeling en voortgang, zoo veel verwacht en op grond waarvan, men dezelve met zoo veel Millioenen schats heeft belast, zal zulks de rampzaligste uitwerkselen hebben.

Deze rampen in het belang van den staat en den Onderdaan, voortekomen, door het geschokt crediet te herstellen, de waardens in het algemeen en van ieder individu in het bijzonder, in stand te houden, is de hooge roeping van hen, die daartoe de magt en de middelen bezitten.

Wij wenden ons dierhalve tot U, Mijn Heeren, tot de Directie eener instelling, welke de circulatie regelt en het crediet bepaald, met ernstige en dringende bede, om onverwijld, die middelen te beramen en in het werk te stellen, welke alléén het dringend gevaar afwenden en tot eenen beteren staat van zaken voor den vervolge, kunnen leiden.

Wij zeggen onverwijld daar wij elken dag, meer en meer, den rand eens afgronds naderende, de meest geschikste maatregel haar weldadig doel zoude missen, indien daarmede word gedraald.

Ofschoon niet beroepen, tot het aangeven der middelen van herstel, welke wij dan ook met vertrouwen, aan UEd. beoordeeling overlaten, achten wij het niettemin onzen pligt optemerken, dat het kwaad hetwelk oorspronkelik, uit den aard der werkkring moest voortvloeijen, van het oogenblik af aan, dat zulke groote uitkeeringen, aan de deelhebberen zijn gedaan, thans tot eene zoo naauwe verwikkeling gebragt is, dat zulks, voor ons zelven, zoowel als voor het bestaan der Bank, uiterst gevaarlijk wordt, aangezien een verlies, door het een of ander toeval veroorzaakt, uit dien hoofde niet langer partieel kan blijven, maar den val van het geheel dreigt naar zich te slepen.

Zonder het stelsel van dit kwaad te zuiveren, door hetzelve geheel weg te nemen en uitteroeijen, vreezen wij, dat ieder maatregel, hoe doelmatig anders ook, slechts een palliatif zal zijn, hetwelk de met rassche schreden naderende "Catastrophe", wel kan vertragen, doch niet verhoeden.

Hoogachtend onderteekenen wij

(w. g.) WILSON SMITH & Co.

(w. g.) J. E. HERDERSCHEE.

(w. g.) WATTENDORFF ZIMMERMANN & Co

LAGNIER & Co.

VAN DASTEN & Co.

p. Pro TAN OEKO.

E. BOREL.

AAN

de Directie der Javasche Bank